“Er is altijd nog een volgende stap”

“Er is altijd nog een volgende stap”

Als tiener rookte Martin zijn eerste sigaret om erbij te horen, zonder te weten welke impact die keuze vele jaren later zou hebben: een agressieve kleincellige longkanker. Na die diagnose volgde een traject van zware behandelingen, tegenslagen en onverwachte hoop. “Zelfs wanneer alles uitzichtloos lijkt, gaat er soms toch nog een nieuwe deur open.”

“In de vroege jaren ’70 kreeg ik mijn eerste sigaret aangeboden. Ik vond ze niet lekker, maar wilde erbij horen. Wat begon als “meedoen met de rest”, werd een gewoonte. Een verslaving. Eentje waar ik geen vat op kreeg en die uiteindelijk met longkanker zou eindigen.”

Tranen en ongeloof

“In juni 2020 veranderde alles. Ik werd wakker uit een middagdutje en kon met moeite een woord uitbrengen. De huisarts schreef medicatie voor, maar na twee weken was er geen verbetering. Ik werd doorverwezen naar het ziekenhuis, maar ook daar vonden de artsen op het eerste gezicht niets. Pas na een CT-scan werd alles duidelijk. Mijn huisarts bracht het slechte nieuws aan huis. Op een avond, enkele dagen na de scan, belde hij aan en vertelde me dat ik longkanker had. Dat moment vergeet ik nooit. Mijn vrouw en ik reageerden met tranen en ongeloof.”

“Toch stak ik mijn kop niet in het zand. Een zware bronchoscopie en een PET-scan toonden aan dat er gelukkig geen uitzaaiingen waren en gaven meer info over het type kanker. Vervolgens werd er een behandelplan opgesteld: om de twee weken zou ik chemo- en immunotherapie krijgen.

Die behandeling werd aangevuld met preventieve bestraling van het hoofd, omdat de kleincellige longkanker waaraan ik leed vaak uitzaait naar de hersenen. Die bestralingen zouden mijn geheugen flink aantasten, zou ik achteraf merken.”

“Bijna twee jaar lang kreeg ik die behandeling. De resultaten schommelden: soms een kleine verbetering, soms nam de tumor weer wat toe. Tot het moment waarop ik te horen kreeg: ‘We kunnen helaas niets meer voor u doen.’ Dat kwam binnen als een mokerslag. Maar opgeven? Dat staat niet in mijn woordenboek. Samen met onze huisarts ging ik op zoek naar een studie of een experimentele behandeling. In het UZ Gent zochten ze op dat moment patiënten voor een studie met een nieuw medicijn. Ik voldeed aan de voorwaarden. Na een extra gesprek kreeg ik groen licht: ik mocht deelnemen. Wat een opluchting.”

“Opgeven staat niet in mijn woordenboek”
Martin

 Nieuwe medicatie

“De eerste toediening van het nieuwe medicijn, verliep voorzichtig. Ik zou een kleine dosis krijgen en enkele dagen in het ziekenhuis opgenomen worden. Maar uiteindelijk verbleef ik er meer dan een week. De tweede keer werd de dosis vertienvoudigd. Ik ben er doodziek van geweest. Een ernstig zouttekort zorgde er ook voor dat ik begon te hallucineren. De voorziene drie dagen opname, werden er negen. Een heftig begin. Maar de derde toediening voelde anders. Beter. Mijn lichaam leek zich te hebben aangepast. Na meerdere behandelingen volgde een CT-scan met hoopgevend nieuws: het medicijn deed zijn werk.”

“Intussen heb ik al meer dan vijftig behandelingen achter de rug. Om de twee weken lig ik opnieuw in het ziekenhuisbed, wachtend op wat ik mijn “wondermiddel” noem. In de Verenigde Staten werd dit medicijn ondertussen versneld goedgekeurd. Ook binnen Europa is er al goedkeuring, maar nu moeten de verschillende deelstaten het nog homologeren. Ik hoop dat ook andere patiënten zo snel mogelijk toegang krijgen tot deze behandeling. Want tijd is kostbaar als je kanker hebt.”

“Mijn verhaal is er een van fouten uit het verleden, harde realiteit en onverwachte hoop. Als ik één boodschap mag meegeven aan wie dit leest: geef niet op. Er is altijd nog een volgende stap. Soms vind je die in een studie, in een nieuw medicijn, of gewoon in de mensen die naast je staan. 

Want naast wonderbehandelingen, zijn ook je naasten van levensbelang. Zonder mijn vrouw aan mijn zijde zou ik minder moedig geweest zijn. Haar steun, haar kracht en haar liefde dragen me elke dag.