“Het lukt me om zonder al te veel angst te leven”
Christel Selleslagh (60) groeide op in Kapelle-op-den-Bos, waar de Eternitfabriek al generaties lang het straatbeeld bepaalt. Tot 1997 werden er asbesthoudende bouwmaterialen geproduceerd. Dat verleden zorgt nog steeds voor ongerustheid bij werknemers en omwonenden. “Het leven is hier een tombola,” zegt Christel. “Trek je het verkeerde lotje, dan verlies je.” Toch had ze nooit gedacht dat ook zij één van de slachtoffers zou worden.
In mei vorig jaar kreeg Christel de diagnose longvlieskanker. Op een mooie zaterdagochtend werd ze wakker met pijn in de linkerlong en had ze moeite met ademhalen. “Ik had met het raam open geslapen en dacht dat ik een verkoudheid had opgelopen. Maar op maandag ging ik toch naar de huisarts.” Die vermoedde dat Christel een longontsteking had en schreef haar antibiotica voor. Omdat Christels achterneef Gert drie weken ervoor de diagnose van longvlieskanker had gekregen en ze dezelfde huisarts hadden, plande de dokter uit voorzorg ook een scan. “Zelf dacht ik helemaal niet aan longvlieskanker”, vertelt ze. “Ik wist dat Gert namelijk geen pijn had gevoeld. Bij hem was de ziekte toevallig ontdekt bij een jaarlijks bloedonderzoek.”
Onwezenlijk
De scan toonde aan dat Christel vocht op de longen had, waarna een reeks bijkomende onderzoeken volgde. Het was uiteindelijk een petscan die de diagnose van beginnende longvlieskanker aan het licht bracht. “Het was alsof de hemel naar beneden viel”, vertelt Christel. “Tegelijkertijd voelde het heel onwezenlijk. Zelfs nu, een jaar later, heb ik nog altijd het gevoel dat ik elk moment uit deze nachtmerrie kan ontwaken.” Het nieuws aan haar drie kinderen vertellen, viel haar zwaar. Maar haar ouders op de hoogte brengen, was nog moeilijker. “Ze wonen naast mij en zijn hulpbehoevend. Ze reageerden verdrietig en boos omdat Eternit slachtoffers blijft maken.”
“Eens je de diagnose krijgt, leg je je leven in handen van dokters en specialisten”, gaat Christel verder. In juli startte ze met chemotherapie. “Ik werd er niet echt ziek van, maar voelde me nooit eerder zo moe. Gelukkig sloeg de behandeling aan en begin oktober volgde een operatie. Daarbij werd mijn middenrif, longvlies en hartzakje verwijderd. De periode net na de operatie was hels. Dat wil ik geen tweede keer meemaken.” Na een verblijf van veertien dagen in het ziekenhuis, bracht Christel nog vier weken door in een revalidatiecentrum aan zee. “Dat was een verademing. Na al die zware maanden, kon ik daar wat bekomen in goed gezelschap. Ik heb er andere longkankerpatiënten leren kennen, met wie ik nog altijd een goed contact heb.”
Net op tijd voor Kerstmis en Nieuwjaar kon Christel weer naar huis. “In het begin was ik nog afhankelijk van hulp: kinesitherapie, thuisverpleging, poetshulp. Ondertussen red ik me opnieuw zelf.
Toch blijft het herstel zwaar, want ik heb nog veel pijn. Vooral het grote litteken op mijn rug geneest moeizaam. Ook de vermoeidheid blijft. Een halve dag poetsen, kan ik niet meer. Pas sinds februari lukt het me om weer te fietsen, met een e-bike weliswaar. Omdat ik geen auto heb, voelt het alsof ik mijn vrijheid heb teruggekregen. Ik zie elke dag als een geschenk. Die vermoeidheid neem ik erbij.”
“Ik ben niet sterk. Ik aanvaard gewoon mijn lot en doe verder. Een andere keuze heb ik niet”Christel
Gelaten
Mentaal gaat het goed met Christel. “Ik kan de knop vrij makkelijk omdraaien en daar sta ik zelf soms van versteld. Om de twee maanden krijg ik een petscan ter controle. Die brengt wel stress mee, maar verder lukt het me om zonder al te veel angst te leven.” Sinds enkele maanden heeft ze een nieuwe vriend. “Soms betrap ik mezelf er wel eens op dat ik denk: hoelang hebben we nog om samen te genieten? Ik wil nog zo veel met hem doen. Maar naar een prognose vraag ik de artsen niet.”
Vaak noemen mensen Christel een sterke vrouw. “Ik heb een hekel aan dat compliment. Ik ben niet sterk. Ik aanvaard gewoon mijn lot en doe verder. Een andere keuze heb ik trouwens niet.” Intussen draait ook de wereld rondom haar door. “Nu mijn behandelingen achter de rug zijn, komen er minder mensen langs. Zodra de eerste schok verwerkt is, ebt de aandacht weg. In Kapelle-op-den-Bos kent iedereen wel iemand met longvlieskanker. Ik begrijp het dus ergens wel, maar het blijft pijnlijk dat mensen zelfs aan zo’n vreselijke ziekte lijken te wennen.”
“In Kapelle-op-den-Bos kent iedereen wel iemand met longvlieskanker”Christel
Niet alleen Christels ouders zijn boos, ook zij is dat na een jaar nog steeds. “Een gevoel van machteloosheid en onrechtvaardigheid”, zo omschrijft ze het. “Ik vind de houding van Eternit en de gemeente veel te gelaten. Alsof wat er gebeurd is en nog altijd gebeurt, er gewoon bij hoort. Wanneer asbest of de Eternitfabriek een agendapunt is op de gemeenteraad, probeert Christel samen met andere patiënten aanwezig te zijn. “Niet om te roepen of te protesteren. We willen onze stem niet laten horen, wel ons gezicht tonen. Zodat de verantwoordelijken zien dat achter die cijfers echte mensen schuilgaan.”
Tijdens haar behandeling in het ziekenhuis kruiste Christel regelmatig haar achterneef Gert. In januari van dit jaar overleed hij. “Zijn dood heeft me hard geraakt. Hij heeft na zijn diagnose geen jaar meer geleefd.” Tegelijk put ze hoop uit andere verhalen. “Iemand uit het dorp leeft al sinds 2008 met longvlieskanker. Dat geeft moed.” Toch blijft ze voorzichtig. “Ik durf niet te hopen op hetzelfde geluk. Ik zie wel wat komt.”