Risicofactoren van longkanker en longvlieskanker: wat zegt de wetenschap?
Longkanker en longvlieskanker (mesothelioom) zijn twee ernstige aandoeningen die elk jaar duizenden mensen treffen. Hoewel beide ziekten de longen of het longvlies aantasten, hebben ze verschillende oorzaken en risicofactoren. In dit artikel bespreken we de belangrijkste risicofactoren, gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten.
Risicofactoren van longkanker
-
Roken: de grootste boosdoener
Roken is veruit de belangrijkste risicofactor voor longkanker. Meer dan 80% van de mensen met longkanker rookt of heeft gerookt. Hoe langer en hoe meer iemand rookt, hoe groter het risico. Ook passief roken verhoogt de kans op longkanker, vooral bij kinderen van rokende ouders. Daarnaast is het risico ook verhoogd door het roken van pijp, sigaren, cannabis, waterpijp of het gebruik van snuiftabak. Vapen is minder schadelijk dan roken, maar niet risicovrij. De damp bevat kankerverwekkende stoffen en fijnstof, en het is nog onduidelijk wat de gevolgen op lange termijn zijn. Experts raden aan om e-sigaretten alleen te gebruiken als hulpmiddel om te stoppen met roken, en daarna ook het vapen zelf te stoppen.
-
Luchtvervuiling en fijnstof
Iedereen ademt fijnstof in, maar mensen die in de stad wonen of dicht bij een autoweg leven, krijgen er meer van binnen. Hoewel het exacte verband nog onderzocht wordt, is bekend dat langdurige blootstelling aan luchtvervuiling en fijnstof het risico op longkanker verhoogt.
-
Beroepsmatige blootstelling
Blootstelling aan schadelijke stoffen op het werk, zoals asbest, zware metalen, radon, of bepaalde chemische dampen, kan het risico op longkanker verhogen. Asbest is vooral gevaarlijk, maar ook radon (een radioactief gas) en bepaalde metalen spelen een rol.
-
Voorgeschiedenis van longaandoeningen
Mensen met een voorgeschiedenis van longaandoeningen zoals longemfyseem of chronische bronchitis hebben een verhoogd risico op longkanker.
-
Erfelijkheid
Longkanker is niet erfelijk, maar bepaalde erfelijke factoren kunnen ervoor zorgen dat de ene persoon die rookt of gerookt heeft wel longkanker ontwikkelt en de andere niet. In sommige families komt longkanker vaker voor, maar dit betekent niet dat de ziekte rechtstreeks wordt doorgegeven.
Risicofactoren van longvlieskanker (mesothelioom)
-
Asbest: de belangrijkste oorzaak
Bij 85% van de patiënten met mesothelioom of longvlieskanker is er in het verleden sprake geweest van blootstelling aan asbest. Asbestvezels kunnen diep in de longen doordringen en na tientallen jaren (15 tot 60 jaar) leiden tot longvlieskanker. Ook kortdurende blootstelling kan al voldoende zijn. Deze ziekte komt vooral voor bij mensen die in de bouw, scheepsbouw of zware industrie hebben gewerkt.
-
Andere vezels en chemische stoffen
Naast asbest kunnen ook andere vezels (zoals keramiekvezels) en chemische stoffen zoals beryllium het risico op longvlieskanker verhogen.
-
Bestraling
Mensen die eerder bestraling hebben ondergaan ter hoogte van de borst of buik, bijvoorbeeld voor de behandeling van lymfeklier-, borst- of longkanker, hebben een licht verhoogd risico op longvlieskanker.
-
Erfelijke aanleg
Bij een klein deel van de patiënten (5 tot 10%) speelt erfelijke aanleg een rol. Een mutatie in het BAP1-gen is verantwoordelijk voor ongeveer 1% van de gevallen.
-
Roken
Roken is geen directe oorzaak van longvlieskanker, maar verhoogt wel het risico op andere typen longkanker en kan de prognose van longvlieskanker verslechteren.
Conclusie
Longkanker en longvlieskanker hebben verschillende risicofactoren, maar blootstelling aan schadelijke stoffen – met name roken en asbest – speelt bij beide een cruciale rol. Het is belangrijk om bewust te zijn van deze risico’s, vooral als je in een omgeving werkt of leeft waar je aan deze stoffen blootgesteld kunt worden. Preventie, zoals stoppen met roken en het vermijden van contact met asbest, blijft de beste strategie om deze ziekten te voorkomen.
Heb je vragen over je persoonlijke risico? Raadpleeg dan altijd een arts.