Vooruitgang ademt hoop

Vooruitgang ademt hoop

Wat verandert er in de behandeling van longkanker?

Wie vandaag de diagnose longkanker krijgt, heeft hele andere behandelmogelijkheden dan tien of zelfs vijf jaar geleden. Longkanker is daarmee geen eenvoudige ziekte geworden.
Dankzij onderzoek kwam er steeds meer kennis over het ontstaan en de evolutie van longkanker hetgeen leidde tot meer behandelmogelijkheden die bovendien meer op maat zijn.

Dat is vooruitgang. En vooruitgang geeft hoop.

In dit artikel bekijken we wat vandaag al mogelijk is bij niet-kleincellige en kleincellige longkanker, waar de uitdagingen nog liggen en waarom klinische studies zo belangrijk blijven.

Longkanker is niet één ziekte

We spreken vaak over longkanker als één ziekte, maar eigenlijk gaat het over verschillende types. De twee grote groepen zijn niet-kleincellige longkanker (NSCLC), de meest voorkomende vorm, en kleincellige longkanker (SCLC), die meestal sneller groeit en zich sneller verspreidt.

Ook binnen niet-kleincellige longkankers zijn er verschillende subtypes op basis van het celtype van oorsprong alsook de aanwezigheid van genetische veranderingen binnen de tumorcel. De meeste van deze genetische veranderingen, ook wel moleculaire biomerkers genoemd, zijn frequenter bij mensen die nooit of amper gerookt hebben en zijn de oorzaak voor het ontstaan en de groei van de tumor. Voorbeelden hiervan zijn EGFR, ALK, ...

De behandeling van longkanker hangt dus af van het subtype en deze moleculaire biomerkers.

Niet-kleincellige longkanker: steeds vaker behandelen op maat

Doelgerichte therapie

Bij vroegtijdige stadia van longkanker geniet heelkunde nog steeds de voorkeur op voorwaarde dat patiënt dit functioneel aankan en er een volledige resectie kan uitgevoerd worden. Bij patiënten met een krappe long- of hartfunctie is doelgerichte radiotherapie een goed alternatief.

Doelgerichte therapie richt zich direct tegen de aanwezige genetische afwijkingen in de tumor. Hiervoor is het belangrijk dat de tumorcellen, hetzij op een weefsel biopsie, hetzij in het bloed worden onderzocht op de aanwezigheid van deze afwijkingen. Bekende voorbeelden zijn EGFR of ALK afwijkingen. Deze behandelingen zijn vaak in pilvorm en proberen de zwakke plek van de kankercel te blokkeren.

Helaas heeft doelgerichte therapie ook zijn beperkingen. Tumorcellen kunnen tijdens de behandeling zich aanpassen en wijzigingen ondergaan. Zo vinden ze een manier om de behandeling te omzeilen waarbij deze niet meer werkt. Dat noemen we resistentie. Daarom wordt onderzocht hoe we resistentie vroeger kunnen vermijden of vroeger opsporen en wat de beste behandelingsstrategie is.

Immunotherapie, ook vroeger in het ziekteproces

Immunotherapie helpt het eigen afweersysteem om kankercellen te herkennen en aan te vallen. Eerst werd ze vooral gebruikt bij uitgezaaide longkanker. Intussen heeft ze ook een plaats bij bepaalde mensen met vroegere, operabele stadia van niet-kleincellige longkanker.

Grote studies laten zien dat bepaalde schema’s bij geselecteerde patiënten de kans op terugkeer van de kanker kunnen verkleinen en de overleving kunnen verbeteren. Welke behandeling past, hangt onder meer af van het stadium, de tumorkenmerken en de algemene gezondheid. Elke patiënt dient besproken te worden binnen een multidisciplinair team om de beste behandelingsoptie te bepalen.

Kleincellige longkanker: na jaren stilstand eindelijk beweging

Bij kleincellige longkanker verliep de vooruitgang veel trager. Kleincellige longkanker reageert vaak goed op de eerste behandeling, maar heeft helaas ook een grote neiging om snel terug te komen. Jarenlang veranderde de standaardbehandeling nauwelijks. De afgelopen jaren kwam daar beweging in.

Immunotherapie bij kleincellige longkanker

Bij kleincellige longkanker heeft immunotherapie, gecombineerd met chemotherapie, de eerste behandeling veranderd. Echter het risico op herval blijft een grote uitdaging.

Recent zijn er nieuwe typen behandelingen onderzocht die zeer veelbelovend zijn voor de nabije toekomst.

Kleincellige longkanker blijft een zeer moeilijk te behandelen ziekte, maar op dit moment geven verschillende nieuwe onderzoekssporen terug hoop op een langdurige ziektecontrole.

Wat moet er nog beter?

Beter voorspellen welke behandeling bij wie werkt

Twee mensen met ogenschijnlijk dezelfde longkanker kunnen verschillend reageren op dezelfde behandeling. Belangrijk hier is om te weten met welk subtype longkanker we te maken hebben zodat de behandeling op maat kan worden aangepast. Verder onderzoek is steeds nodig om te elke tumor nog verder te kunnen beschrijven waarbij gekeken wordt naar genetische kenmerken, eiwitten, scans en bloedonderzoek.

Resistentie begrijpen en aanpakken

Een behandeling kan maanden of jaren werken en daarna haar effect verliezen. Onderzoekers proberen te begrijpen hoe resistentie ontstaat, hoe we ze vroeger kunnen herkennen en hoe we de tumor vervolgens opnieuw kunnen behandelen. Bovendien proberen onderzoekers nu ook resistenties te vermijden door meerdere behandelingen te combineren.

Aandacht voor de hersenen

Longkanker kan zich naar de hersenen verspreiden. Nieuwe geneesmiddelen worden daarom ook onderzocht op hun vermogen om uitzaaiingen in de hersenen te voorkomen of te behandelen.

Kwaliteit van leven telt mee

Langer leven is belangrijk. Kwaliteit van leven is dat ook. Nieuwe behandelingen kunnen nieuwe bijwerkingen meebrengen. Onderzoek moet daarom ook antwoorden geven op vragen als: hoe belastend is de behandeling? Kunnen we minder of korter behandelen? Hoe kunnen we bijwerkingen beter voorspellen en opvangen? En hoe blijft iemand tijdens en na de behandeling zo goed mogelijk functioneren?

 

Waarom klinische studies zo belangrijk zijn

Vrijwel elke behandeling die vandaag standaardzorg is, begon ooit als een klinische studie. Een studie onderzoekt op een gecontroleerde manier of een nieuwe aanpak veilig is en hoe goed die werkt. Studies kunnen nieuwe geneesmiddelen of combinaties onderzoeken, maar ook vroegere opsporing, betere bestraling of chirurgie, minder bijwerkingen en meer levenskwaliteit.

Zonder de ervaring van personen die aan eerdere studies deelnamen, zouden veel moderne behandelopties er vandaag niet zijn. Deelnemers helpen dus mee om de zorg voor toekomstige patiënten te verbeteren.

Een studie is geen laatste redmiddel

Een hardnekkig misverstand is dat klinische studies alleen bedoeld zijn voor wanneer alle andere behandelingen uitgeput zijn. Ze kunnen juist plaatsvinden in verschillende stadia van de behandeling: vóór of na een operatie, als eerste behandeling bij gevorderde ziekte of wanneer een behandeling niet meer werkt.

Deelname betekent niet dat iemand automatisch een betere behandeling krijgt. Een experimentele behandeling kan beter, even goed of minder goed blijken te werken dan de standaardzorg. Er kunnen ook onverwachte bijwerkingen optreden. Daarom wordt vooraf besproken wat deelname inhoudt en gelden er strikte regels.

Wat is een klinische studie?

Een klinische studie is onderzoek bij mensen om te leren hoe veilig en werkzaam een behandeling of andere zorgaanpak is. Er zijn ook studies naar opsporing, bijwerkingen en levenskwaliteit.

Deelname is vrijwillig. Vooraf krijg je uitleg over het doel, mogelijke voordelen en risico’s, extra onderzoeken en praktische gevolgen. Je geeft pas daarna toestemming en kunt je deelname stopzetten.

Vraag je arts: “Zijn er voor mijn type en stadium van longkanker studies waarvoor ik in aanmerking kom? Wat houdt deelname voor mij in en welke andere opties heb ik?”

Ook wanneer er geen passende studie is, is het een vraag die gesteld mag worden.

 

Goedgekeurd betekent niet automatisch beschikbaar

Een studie met goede resultaten betekent niet dat een geneesmiddel meteen gebruikt kan worden. Eerst volgen beoordeling en eventuele goedkeuring door regelgevende instanties. Ook een Europese vergunning betekent niet automatisch dat een geneesmiddel in België beschikbaar of terugbetaald is. Tussen een onderzoeksresultaat en toegang voor patiënten kunnen dus nog verschillende stappen liggen. Suggestie: laatste zin vervangen door ‘het kan dus nog een hele tijd duren voordat patiënten daadwerkelijk toegang krijgen tot een nieuw geneesmiddel

Hoop met beide voeten op de grond

Longkanker blijft een ernstige ziekte. Niet iedereen heeft een moleculaire verandering waarvoor een behandeling bestaat. Niet iedereen reageert op immunotherapie. Behandelingen kunnen het gewenste effect dus niet altijd (meer) bereiken.

Daarom is het belangrijk onderzoeksresultaten correct te lezen. Een mediaan is het middelste resultaat in een groep: de helft zit eronder, de helft erboven. Het is geen voorspelling voor één patiënt.

Progressievrije overleving is de tijd tot de ziekte toeneemt of iemand overlijdt; dat is niet hetzelfde als totale overleving. Een studieresultaat geldt bovendien voor de onderzochte groep, die aan specifieke deelnamevoorwaarden voldeed.

Toch verandert dat één vaststelling niet: er beweegt veel in longkankeronderzoek.

We begrijpen tumoren beter, kunnen vaker behandelen op basis van hun kenmerken en zien nieuwe mogelijkheden in vroegere stadia en bij kleincellige longkanker.

Vooruitgang ademt hoop. Niet omdat we kunnen beloven wat morgen brengt. Wel omdat onderzoek ons stap voor stap dichter brengt bij betere behandelingen en een betere levenskwaliteit voor mensen met longkanker.

Heb je vragen over jouw behandeling of deelname aan een studie? Bespreek ze met je behandelende arts.

Stand van zaken: oktober 2026. Informatie over onderzoek, goedkeuring, beschikbaarheid en terugbetaling kan wijzigen. De genoemde Europese vergunningen betekenen niet automatisch Belgische terugbetaling. Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen persoonlijk medisch advies.